Wieteke de Vries (1978) koos na een jeugd in de topsport voor een avontuurlijk bestaan. Via het ADM kwam ze bij de Plantage Doklaan terecht, waar ze de bakkerij overnam. Ondertussen rondde ze meerdere studies en opleidingen af, waaronder Humanistiek en Cranio Sacrale Therapie. De bakkerij liet ze na een aantal jaren achter, maar het bakken ging mee op reis met een zelfgebouwde mobiele bakkerij: het reizend broodje. Ze runde een eco-camping in een bos in Vorden en verhuisde een aantal jaren terug naar Ecodorp Bergen, waar ze circuskampen organiseert en werkt als begeleider van mensen in de laatste fase van hun leven.
Ik heb een soort onrust in mijn lichaam, een lichaam dat veel wil doen. Door te bewegen, te sporten, dingen te bouwen, te organiseren. Mensen bij elkaar te brengen, te verbinden. En in die verbinding vind ik rust.
Als kind vertaalde ik mijn onrust naar sport. Ik schaatste en ik hockeyde op hoog niveau. Voor beide sporten tot aan het Nederlands Kampioenschap voor de jeugd. Het gaf me een kick om alles uit mijn lichaam te halen. Trainde zeven dagen per week. En helaas in de tijd dat trainers weinig zachtzinnig met hun pupillen omsprongen. Zowel fysiek als mentaal. Op mijn zeventiende had ik helemaal genoeg van de competitie en het willen winnen en heb ik dat hoofdstuk achter me gelaten.
Ik deed een tussenjaar aan de Vrije Hogeschool in Zeist en raakte geïnteresseerd in theater. Ik begon met de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht. Haalde mijn propedeuse, maar de opleiding was me te theoretisch. Ik ben Humanistiek gaan studeren, op zoek naar de relatie tussen mens en zingeving. Maar ergens had ik het gevoel dat het bij theorie bleef. Ik wilde het echte leven leren, maar hoe doe je dat?
Ik kon op een poes passen op een bootje bij het ADM terrein en viel er daar middenin: het echte leven. Zelf vuurtjes maken, dingen bakken voor mensen. En ondertussen studeren: de clownschool, een beetje Russisch, ik maakte mijn opleiding Humanistiek af en volgde de opleiding tot cranio-sacraal therapeut.
Via een lekker koekje raakte ik betrokken bij de bakkerij in de Plantage Dok in Amsterdam, dat toen nog gekraakt was. Ik ging er werken en kreeg al snel de bakkerij ter overname aangeboden. En een woonruimte, want anders kon ik de bakkerij niet runnen.
Ik heb er gewoond en gewerkt, tot het kraakpand officieel broedplaats werd. Toen kocht ik voor 300 gulden een oude bus. Een vriend van me kende iemand die een boerderij gekraakt had in Landsmeer, waar ik de bus zou kunnen verbouwen.
Die iemand was Hans. Hij bood me een lift aan naar Frankrijk. De eerste van vele reizen die we samen gemaakt hebben. Onderweg kregen we drie dochters en zochten naar mooie plekken om hen op te laten groeien. We hoorden over de plannen voor Ecodorp in Bergen. We hielpen het van start te gaan, maar voelden ons niet echt thuis in de cultuur. We kregen de mogelijkheid een ecocamping te runnen in Vorden op zestien hectare bos. Die kans hebben we gegrepen en de camping was een paradijs.
Jammer genoeg wilden de eigenaren van het bos meer geld zien en kapten ze het voor een groot deel. Dat was voor ons het moment om terug te gaan naar Bergen. Waar nu rond ons kampje, bestaande uit twee yurts en een camperbus, een nieuw bos aan het groeien is.